Tweede Kamer spreekt over toekomst boa-stelsel: positie OV-boa’s nadrukkelijk op agenda

Tijdens het commissiedebat over het boa-stelsel op donderdag 12 maart is uitgebreid gesproken over de rol en positie van boa’s in het openbaar vervoer. In het debat met minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel, kwamen verschillende onderwerpen aan bod waarvoor OV-NL zich de afgelopen periode actief heeft ingezet. Namelijk betere toegang tot informatie, de gevolgen van de hervorming van het boa-stelsel voor vervoerders en duidelijker samenwerking met de politie.

Aan het debat namen deel Claire Martens-America (VVD), Marjolein Faber (PVV), Ingrid Coenradie (JA21), Annelotte Lammers (Groep Markuszower), Songül Mutluer (GL-PvdA), Ismail el Abassi (DENK), Mahjoub Mathlouti (D66), Jeltje Straatman (CDA) en Caroline van der Plas (BBB).

 

Toegang tot cruciale informatie voor boa’s

Een belangrijk punt waar brede politieke steun voor was, is de informatiepositie van boa’s. Kamerleden waren het erover eens dat boa’s hun werk onvoldoende effectief en veilig kunnen uitvoeren wanneer zij geen toegang hebben tot essentiële registratiesystemen, zoals het rijbewijsregister, de basisvoorziening vreemdelingen en de strafrechtketendatabank.

De minister gaf aan dat publieke boa’s vanaf april 2026 toegang krijgen tot het rijbewijsregister. Private boa’s, waaronder de OV-boa’s, krijgen tegen het einde van het jaar toegang, zo gaf de minister aan. Minister David van Weel ging in het debat ook in op een pilot in Rotterdam. In deze pilot wordt gewerkt met een tijdelijke oplossing om de informatiepositie van boa’s te verbeteren. Volgens de minister laat de pilot zien dat dit in de praktijk mogelijk is, maar ontbreken nog de juridische randvoorwaarden om deze werkwijze breder toe te passen. Onderzoek van Lex Digitalis ‘Handhaven in het openbaar vervoer’, laat echter een andere conclusie zien. De minister gaf aan dat de pilot doorloopt, en dat er ondertussen gewerkt wordt aan een wettelijke basis die landelijke toepassing mogelijk moet maken.

 

Nieuwe inrichting van toezicht roept vragen op

Een belangrijk onderdeel van de hervorming van het boa-stelsel is de verschuiving van verantwoordelijkheden voor toezicht, opleiding, screening en nazorg van politie en

Openbaar Ministerie naar werkgevers.  Meerdere Kamerleden spraken zorgen uit over mogelijke verschillen tussen bijvoorbeeld gemeenten en over het waarborgen van onafhankelijk toezicht, uniforme kwaliteitsstandaarden en opvang en nazorg. Dit punt geldt ook voor de OV-sector. De minister gaf als oplossing dat kleinere organisaties regionale samenwerking als mogelijke oplossing zien. Het Openbaar Ministerie blijft betrokken bij de strafrechtelijke beoordeling van geweldstoepassing door boa’s.

Voor OV-NL is de toekomstige inrichting van het toezicht een belangrijk aandachtspunt. Toezicht op boa’s moet volgens de OV-sector onafhankelijk, duidelijk georganiseerd en uitvoerbaar zijn, zodat vervoerders weten waar zij aan toe zijn en boa’s hun werk professioneel en veilig kunnen blijven doen.

 

Gevolgen voor vervoerders en financiering

De voorstellen voor de hervorming van het boa-stelsel hebben niet alleen juridische en organisatorische gevolgen, maar ook operationele gevolgen voor openbaarvervoerbedrijven en ProRail. Tegelijkertijd leiden de plannen tot aanzienlijke kostenstijgingen. OV-NL en ProRail hebben daarom benadrukt dat structurele financiering noodzakelijk is om deze extra taken en verantwoordelijkheden op te vangen. Zonder passende financiering bestaat het risico dat kosten bij vervoerders terechtkomen, terwijl zij deze taken uitvoeren in het publieke belang van veiligheid in het openbaar vervoer.

 

Samenwerking tussen politie en OV-boa’s

In het debat werd veel aandacht besteed aan de samenwerking tussen politie en boa’s in het openbaar vervoer. Kamerleden spraken onder meer over taken rond aanhouding en arrestantenvervoer en het risico dat taken verschuiven van politie naar vervoersbedrijven. Verschillende fracties benadrukten dat duidelijke en uniforme afspraken nodig zijn over de samenwerking tussen politie en OV-boa’s. De minister gaf aan dat landelijke harmonisatie juridisch lastig is, maar zegde toe om bestaande best practices actief onder de aandacht te brengen van betrokken gezagen. Voor OV-NL is het belangrijk dat taakverschuivingen niet ongemerkt leiden tot extra verantwoordelijkheden voor vervoerders zonder dat daar duidelijke afspraken en passende ondersteuning tegenover staan. Vervoerders die landelijk rijden hebben geen materieel om arrestanten te vervoeren.

 

Vervolg: tweeminutendebat en moties

Het debat werd afgesloten met brede waardering voor het werk van boa’s en hun belangrijke bijdrage aan de veiligheid in de samenleving. Tegelijkertijd gaven Kamerleden aan dat verdere stappen nodig zijn op onderwerpen als toezicht, uitrusting, informatievoorziening en uniformering. Een tweeminutendebat volgt, waarin Kamerleden moties kunnen indienen om de minister aan te zetten tot verdere actie. OV-NL blijft het proces nauwgezet volgen en zich inzetten voor een uitvoerbaar boa-stelsel dat recht doet aan de belangrijke rol van OV-boa’s in het openbaar vervoer.

Nieuwsgierig en wil je het debat terugkijken, dat kan hier of kijk het item van de NOS terug.